Les 10 / 24
Voorzetsels en richting
Plaatsen met al, de, en, kun, por; beweging met -n.
Elk voorzetsel heeft één duidelijke taak: al (naar), de (van/uit), en (in), kun (met), por (voor), pri (over), sur (op), sub (onder), antaŭ (vóór), post (na), apud (naast). Past geen enkele? je is de reserve. Richting zonder voorzetsel: Mi iras hejmen. Mi flugas Parizon.
De weg naar het station
Lees het verhaal. Klik op een woord om de betekenis te zien.
Lina el domo. iras hejmo .
, parko antaŭ .
iras Tomaso, . Eva.
Post hejmen. Nun staras , .
Lees hardop
- Kie vi loĝas? Waar woon je?
- Mi loĝas en la urbo, apud la stacidomo. Ik woon in de stad, naast het station.
- Ĉu vi iras en la urbocentron? Ga je het stadscentrum in?
- Jes. Mi iras tien kun amiko, por lerni. Ja. Ik ga daarheen met een vriend, om te leren.
hejme / hejmen
Bijwoorden van plaats krijgen -n voor richting: hejme (thuis), hejmen (huiswaarts); tie (daar), tien (daarnaartoe).
Woorden in deze les
Oefening
Schrijf het Esperanto. Enter controleert je antwoord.
I live in the city.
Plaats: en zonder -n.
I go home.
Richtingsbijwoord: hejmen.
I go with a friend.
kun krijgt geen -n.
She goes from home to the station.
de … al …
They will return home.
hejmen, niet hejme.
Vorm het woord
Typ de Esperanto-zin.
from the house
de = van / van.
to the station
al = naar.
homeward
Plaats bijwoord + n voor richting.
in order to learn
por + infinitief.
Maak de zinnen af
Vul het ontbrekende voorzetsel of de uitgang in.
Ŝi iras _____ la stacidomo. (to)
al = naar.
La parko estas _____ la stacidomo. (beside)
apud = naast.
Ili revenos hejme____.
hejmen = huiswaarts.
Ŝi iras tien _____ Tomaso. (with)
kun = met.